In het vmbo zijn 10 verschillende profielen. Het is per school verschillend, welk profielvak (of meerdere) een school aanbiedt. Op het Sprengenbeek College werken wij binnen één duidelijk en breed profiel: Dienstverlening & Producten (D&P). Alle leerlingen uit klas 4 vmbo basis, kader en LWT leggen het examen af binnen dit profiel. Hoe wordt dit getoetst tijdens de examenperiode?
In de bovenbouw (klas 3 en 4) volgen leerlingen de brede studierichting ‘Dienstverlening & Producten’, waarmee je in het mbo alle kanten mee op kunt. In de vierde klas kiezen leerlingen binnen deze richting één van de D&P-stromen: Techniek, Zorg & Welzijn of Recreatie & Toerisme. Ze kiezen een richting waarin ze zich het beste thuis voelen.
In klas 4 werken de leerlingen uiteindelijk toe naar de examens, die voor alle vmbo‑leerlingen gelijk is.
Onderdelen VMBO-examen
Het vmbo-examen bestaat uit drie onderdelen: het schoolexamen (SE), het Centraal Schriftelijk Praktisch Examen (CSPE) en het Centraal Examen (CE). Onder SE vallen alle toetsen en keuzevakken door het hele jaar heen. Aan het eind van het schooljaar doen de leerlingen het CSPE, ook wel praktijkexamen genoemd. Het CE bestaat uit de theorie-examens voor de vakken Nederlands, Engels, maatschappijleer, LO en CKV. Leerlingen kiezen hiernaast twee keuzevakken: wiskunde, economie, biologie of natuur- & scheikunde.
Wat is een praktijkexamen?
Het praktijkexamen vormt het eindexamen voor de beroepsgerichte onderdelen van het vmbo. Tijdens dit examen laten leerlingen in een realistische opdracht zien wat zij kunnen. Ze worden beoordeeld op vakvaardigheden, voorbereiding, samenwerken, communicatie, veiligheid en het eindresultaat. Het praktijkexamen telt mee voor het profielcijfer.
Docent en coördinator D&P Bert Klaver: ‘“Het mooie van een praktijkexamen is dat het zo dicht bij de echte beroepspraktijk ligt. Leerlingen voeren taken uit zoals ze die later in het mbo of in hun toekomstige beroep ook gaan doen.”
Hoe werkt het praktijkexamen?
“Bij ons bestaat dit examen uit vier onderdelen, die zijn gebaseerd op de profieldelen van Dienstverlening & Producten. Deze onderdelen worden tijdens het examen aangeduid als A, B, C en D. Leerlingen hebben in totaal 2 dagen examen. Per dag doorlopen ze 2 onderdelen, vaak een praktisch onderdeel in combinatie met opdrachten op de computer,” vertelt Klaver.
Tijdens het eerste onderdeel (A), Organiseren van een activiteit, laten leerlingen zien dat zij een activiteit kunnen voorbereiden, plannen en uitvoeren. Een voorbeeld hiervan is een kookopdracht waarbij zij zelfstandig en gestructureerd moeten werken.
In onderdeel B: Presenteren, promoten en verkopen, draait het om communicatie en creativiteit. Leerlingen geven bijvoorbeeld een presentatie, maken een digitaal ontwerp of voeren een verkoop- of informatief gesprek.
Daarna volgt C: Een product maken en verbeteren, waarbij leerlingen een product ontwikkelen, maken of verbeteren. Ook ontwerpvaardigheden komen hierbij aan bod, zoals het werken met SketchUp.
Tot slot gaan zij in onderdeel D: Multimediale productie maken, aan de slag met digitale toepassingen. Dat kan variëren van het bouwen van een eenvoudige website tot het maken van een film of het programmeren van een digitale opdracht.
Laten zien wat je kan
De vier profieldelen bieden leerlingen de kans om hun talenten te ontdekken en te ontwikkelen. Het praktijkexamen is daarbij een belangrijk en vaak bijzonder moment: leerlingen laten zien wat ze écht kunnen. “Ik ken veel leerlingen die vooraf twijfelen of ze het wel kunnen, en vervolgens iets neerzetten waar ze echt trots op mogen zijn. Dat zijn momenten waar ik echt van geniet,” aldus Klaver.